Als je kind leerproblemen heeft…

 

Niets is voor ouders zo frustrerend als je kind in de problemen te zien. Als je kind leerproblemen heeft, ga je natuurlijk op zoek naar oplossingen. Ook school zal extra hulp bieden. Maar soms is school niet in staat het kind (voldoende) verder te helpen. De aangeboden methode slaat niet aan bij je kind.

 

 

 

Wat is er met mijn kind?


Als je kind een leerprobleem heeft, loopt het daar dagelijks tegen aan. Het heeft moeite met automatiseren (weten / kunnen zonder er over na te hoeven denken), het heeft leesproblemen, spellingsproblemen en / of rekenproblemen. Thuis zijn het vaak slimme kinderen, maar makkelijke woordjes lezen of simpele sommen oplossen, kan voor deze kinderen een heus probleem zijn.

 

Kinderen met leerproblemen hebben één ding gemeen: ze hebben een voorkeur om met hun rechter hersenhelft te werken. Dat betekent dat ze visueel en kinesthetisch (gevoelsmatig) zijn. Simpel gezegd: ze hebben veel meer met beelden en gevoelens dan met taal. Dat wat ze zien en  voelen, komt veel meer binnen dan dat wat ze horen. Het zijn daarom visueel ingestelde kinderen.

 

 

 

Visuele kinderen

 

Als je visueel ingesteld bent en dus veel gebruik maakt van je rechter hersenhelft, sla je informatie op in beelden of plaatjes. Deze kinderen worden daarom ook vaak beelddenkers genoemd. Beelddenken betekent letterlijk: denken in beelden en gebeurtenissen. De meeste mensen denken dat iedereen op dezelfde manier denkt, maar dat idee berust op een misverstand.


Hoe denkt u? Denkt u in woorden of in beelden? Laten we het eens proberen: doe uw ogen dicht en denk aan het woord ‘schip’. Wat ziet u? De meeste mensen zien de letters SCHIP. Deze manier van denken wordt taaldenken genoemd (denken in woorden en begrippen).

 

Mensen die in taal denken, die de letters voor zich zien, maken daarbij gebruik van hun linker hersenhelft. We noemen hen linksgeoriënteerde mensen. Mensen die in beelden denken, die het plaatje voor zich zien, de beelddenkers, gebruiken vooral hun rechter hersenhelft en daarom noemen we hen rechtsgeoriënteerde mensen.

 

 

 

Links- en rechts georiënteerde mensen


Ieder mens heeft twee hersenhelften, een rechter en een linker. In de linker hersenhelft  vindt de logica plaats. Daar vindt je de letters, woorden, cijfers, volgordes en analyses. De rechter hersenhelft omvat meer de dingen om praktisch bezig te zijn (ruimtelijk inzicht, overzicht, dimensie, verbeelding, emotie, gevoel, kleurherkenning, ritme en muziek). Natuurlijk gebruikt iedereen beide hersenhelften, maar we hebben allemaal een voorkeur voor één van de twee hersenhelften als de dominante helft. Van daaruit zullen we in eerste instantie problemen oplossen.


Als we geboren worden, hebben we uitsluitend activiteit in de rechter hersenhelft. Maar gedurende de peuter / kleuterfase (als kinderen gaan praten) vindt er bij de meeste kinderen een verschuiving plaats. Kinderen gaan taal leren en dus meer met hun linker hersenhelft werken. In die fase worden er steeds meer klanken gekoppeld aan de beelden. Als het kind naar school gaat, leert het dat een woord bestaat uit losse letters in een bepaalde volgorde. Wanneer dit proces goed verloopt, wordt je kind steeds meer links georiënteerd, taaldenkend. Bij één derde van de kinderen verloopt dat proces minder goed. Zij blijven de voorkeur houden om hun rechter hersenhelft te gebruiken en in beelden te denken. Zij zijn de rechts georiënteerde mensen.


Rechts- of linksgeoriënteerd zegt niets over een voorkeur om met de rechter of linker hand te schrijven. Het zegt uitsluitend iets over de voorkeur voor één van beide hersenhelften.

 

 

 

Kenmerken van rechts georiënteerde kinderen

 

In de volgende lijst staan kenmerken die rechts georiënteerde kinderen, de zogenaamde beelddenkers, kunnen hebben. Het hoeft niet zo te zijn dat een rechts georiënteerd kind  alle kenmerken heeft.

    • Taalontwikkeling komt laat op gang
    • Motorisch  trager of onhandiger (later leren fietsen, zwemmen, knippen, veters strikken, moeite met schrijven en pengreep)
    • Met speelgoed worden de mooiste dingen gebouwd
    • Moeite met automatiseren (weten zonder er nog over na te hoeven denken) van letters, woorden en taalregels
    • Moeite met het koppelen van een klank aan een letter
    • Praten in termen als: die, dat, dinges, je weet wel
    • Moeite met automatiseren van sommen, cijfers en de tafels
    • Links en rechts blijft lang lastig
    • Moeite met oorzaak – gevolg denken
    • Moeite met de ‘tijd’ (klokkijken en tijdsbesef)
    • Moeite met het onthouden van dagen, maanden, namen van klasgenoten
    • Kunnen een antwoord op een vraag slecht beredeneren, maar weten wel het goede antwoord
    • Vinden het moeilijk om hoofd- en bijzaken te scheiden
    • Heeft problemen met het opvolgen van instructies
    • Goed in begrijpend lezen, verhalen vertellen, tekenen en andere creatieve vakken
    • Goed in ruimtelijk inzicht
    • Ongebruikelijke (maar goede) oplossingen voor problemen
    • Het beter onthouden van wat je gezien hebt, dan wat je hoort
    • Maken grote gedachtesprongen, flitsen van beeld naar beeld
    • Overzien een complexe situatie in één oogopslag maar hebben minder oog voor detail
    • Hebben veel fantasie
    • Nemen intuïtief beslissingen
    • Fotografisch geheugen
    • Muzikaal en artistiek
    • Vaak een slecht handschrift
    • Sneller afgeleid, lijken vaak niet te luisteren
    • Eerst moeten begrijpen en dan pas de leerstof  eigen maken
    • Erfelijk (een beelddenkend kind heeft vaak een beelddenker als ouder)

Meestal hebben deze kinderen gemiddeld een lager werktempo.

 

 

 

Rechts georiënteerde kinderen en school

 

Als het rechts georiënteerde kind op school komt, moet het zich op school redden in een talige omgeving en dat gaat niet altijd probleemloos. Zij denken liever niet in taal, maar in beelden. Veel van wat kinderen op school moeten leren, leren ze via het gehoor. Maar deze kinderen leren niet door het gehoor, maar door wat ze zien of ervaren. Ze zijn niet auditief, maar visueel ingesteld.

Je kunt dus zeggen dat ons onderwijssysteem niet aansluit op deze kinderen. Daarom doen zij er langer over om zich de leerstof eigen te maken. Ze moeten talige begrippen eerst omzetten naar beelden. Soms wordt dat allemaal heel lastig, bijvoorbeeld als het om abstracte begrippen gaat of om zaken waar het kind geen beeld bij heeft.

Lang niet altijd zal het kind al in groep 3 vastlopen. Soms redt het zich nog aardig tot later in het onderwijs. Bij kinderen die tenslotte in de problemen komen, wordt al gauw gedacht aan dyslexie (leesproblemen), dyscalculie (rekenproblemen) of een gedragsstoornis als gevolg van het ongeconcentreerd zijn. Maar 98 % van deze groep kinderen met leer- en gedragsproblemen is eigenlijk gewoon rechts georiënteerd, beelddenkend.

Wanneer kinderen vast lopen in het onderwijs, gaat de wereld er heel anders uitzien. De kans is groot dat het kind (en de ouder / verzorger!) emotioneel niet meer lekker in zijn / haar vel zal zitten. Veel van deze kinderen krijgen last van (faal) angsten, willen niet meer naar school, zijn bang in het donker of  slapen slecht. School zegt dat het kind ‘het allemaal niet zo goed kan’, terwijl u thuis merkt dat uw kind wel heel slim is en soms onverwachte, goede oplossingen voor problemen heeft.


Feit is dan, dat het kind ‘alleen maar’ op een andere manier leert en dat het onderwijs niet op hun manier van leren aansluit. Gelukkig is er de Kernvisie methode om ook met die andere manier van leren goed te (gaan) functioneren op school.